Home » Nieuws » Hoe maak je écht goede online leeromgeving (e-learning)?
elarning online leeromgeving

E-learning is de laatste jaren grotendeels ingeburgerd. Als ondernemer lijk je bijna niet meer mee te tellen als je geen eigen e-learning(systeem) hebt. Heel veel tijd en energie wordt gestoken in het ontwikkelen van allerlei e-learning cursussen. De één nog mooier dan de andere (maar soms ook helemaal niet). In deze blog legt Vanessa Valkhof van LeerPlaza.nl uit waaraan een goede e-learning moet voldoen om aan te slaan.

Veel Virtual assistants en WebAssistants bieden hun diensten aan om een opdrachtgever te helpen bij het maken van een e-learning cursus en/of Online Leeromgeving. En ik denk dat die hulp zéér waardevol is! Technisch werkt het perfect, gekoppeld aan een webwinkel/betaalmodule en online marketingsystemen, visueel mooi ingericht en natuurlijk taalkundig helemaal in orde. Complimenten!

Máár bereikt de opdrachtgever daarmee zijn of haar doel?

Namelijk leert de cursist daadwerkelijk iets? Is de cursus effectief en levert het de cursist iets op voor de tijd en geld die hij/zij investeert? Sluit de lesstof en de manier van leren aan bij álle cursisten qua leerstijl of is het gemaakt vanuit de voorkeursleerstijl van de opdrachtgever (of Virtual Assistant/WebAssistant)?

Als je niet bekend bent met deze belangrijke voorwaarden bestaat de kans dat de cursus erg mooi is, en de cursisten wel tevreden zijn maar het leereffect gering is. En laten we eerlijk zijn de meeste cursisten volgen een cursus omdat ze iets willen (af)leren en niet omdat ze te veel tijd hebben en een leuke tijdsbesteding zoeken 😉

Hoe het wel moet, en hoe jij als irtual Assistant/WebAssistant jouw opdrachtgever hiermee van dienst kan zijn leg ik graag uit in deze blog.

Het ontwerpen van een online cursus

Een cursus of training ontwerp je altijd “achterstevoren”, dat wil zeggen dat je éérst bepaald welke doelen de cursist aan het einde van de cursus moet hebben behaald. Wát moet de cursist kennen / kunnen / toepassen? Dit worden de leerdoelen genoemd. Met het bepalen van deze leerdoelen leg je als het ware de kaders vast waarbinnen je de cursus gaat uitwerken.

Een handig hulpmiddel om dit te bepalen is een taxonomie. Één van de meest toegankelijke is de taxonomie van Miller (zie afbeelding).

Leerpiramide miller

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen weten & weten hoe, dat betreft kennis.
Vervolgens laten zien & doen, dat betreffen vaardigheden of het in de praktijk brengen van de kennis.

Leerdoelen bepalen

De onderste lagen van de piramide vormen de fundering en bouwt daarop verder. Dus van heel theoretisch naar volledig toepassen in de praktijk.

Om de leerdoelen per ‘laag’ te bepalen kan je jezelf de volgende vragen stellen;

  • Wat moet de cursist precies weten,
  • Wat moet de cursist weten en/of begrijpen hoe of waarom het in de praktijk werkt?,
  • Welke kennis en/of vaardigheden ontbreken op dit moment?
  • Welk gedrag en/of vaardigheden laat men na de cursus succesvol zien?,
  • Welk probleem wordt in de cursus opgelost c.q. wát gaat de cursist na de cursus anders of niet meer doen?

Probeer per ‘laag’ minimaal 2 á 3 maar max. 5 te benoemen. En wees kritisch, bevraag de opdrachtgever wat écht noodzakelijk is, en wat wenselijk!

Eén van de valkuilen van inhoudsdeskundigen is dat men álles belangrijk vind óf dat de cursisten alles moeten weten wat zij weten. Het is zelden of nooit nodig zo uitgebreid te zijn. Mocht dat wel de bedoeling zijn kijk dan naar een modulair systeem waarbij je meerdere modules aanbiedt oplopend in moeilijkheidsgraad. Dat is behalve motiverend voor de cursist óók beter voor de omzet van jouw opdrachtgever!

Maken van de content

Als je de leerdoelen hebt uitgewerkt dan kan je gaan beginnen met het maken van de cursuscontent. Aan de hand van de leerdoelen maak je een lesopzet/-verdeling en ga je de leerdoelen opdelen en/of samenvoegen zodat het een logisch opbouwend geheel vormt. Ook hiervoor hou je de taxonomie piramide van Miller in de gaten.

Als de leerdoelen en de lesopbouw gereed is kan je beginnen met het “inkleuren” van de cursus. Je gaat het inhoudelijk lesmateriaal maken. Dit is het leukste maar ook tijdrovendste deel van het maken van de content. Wees er op alert dat je lesmateriaal verzameld wat aansluit bij de leerdoelen en niet alsnog ‘alle kanten op gaat’.

Binden én (blijven) boeien!

Om een cursist te binden en boeien moet de cursus méér zijn dan een boek met een stekker! Je wilt de cursisten boeien, prikkelen en uitdagen zodat ze om te beginnen starten, maar nog veel belangrijker blijven leren in plaats van vroegtijdig afhaken.

Zodoende is het noodzakelijk om rijke E-learning aan te bieden. Hierbij is het te adviseren dat je rekening houdt met de verschillende leervoorkeuren (leervoorkeur is overigens iets anders dan leerstijl);

  • de ene cursist is tekstueel ingesteld en leest graag,
  • een ander is visueel ingesteld en wil graag dingen zien,
  • een ander is auditief ingesteld en luistert het liefst naar gesproken woord
  • en weer een ander is voornamelijk kinetisch ingesteld en wil zelf vooral dingen uitproberen proberen en ‘voelen/ervaren’.

Wissel af met content

Vaak hebben deelnemers één of twee dominante voorkeuren voor leren. Dat houdt in dat je afwisselende content moet aanbieden om alle deelnemers tegemoet te komen aan hun leervoorkeur. Hiervoor wissel je af met verschillende vormen van content, hierbij kan je denken aan;

  • tekst
  • afbeeldingen
  • video’s
  • online opdrachten
  • quizzen
  • printables
  • testimonials
  • checklists
  • animaties
  • infographics
  • podcasts
  • etc.

Wat E-learning betreft is bijna de sky the limit! (Let hierbij natuurlijk wel op dat het geen kerstboom wordt).

Duidelijke structuur en herkenbaarheid

Ondanks veel afwisseling qua content is een cursist wel gebaad bij een duidelijke structuur en voorspelbaarheid. Bepaal bijvoorbeeld een vaste volgorde waarin je de content per lesblok aanbiedt, bijvoorbeeld;

  1. eerst een video met gesproken uitleg,
  2. dan een (uitgebreid) stuk tekst met verdiepende informatie
  3. gevolgd door een toepassingsopdracht zoals een quiz/opdracht /printable/ animatie/etc.
  4. eventueel afgesloten met een vorm van toetsing.

Huisstijl en branding

En vanzelfsprekend voer overal de huisstijl van de opdrachtgever door. Maak gebruik van dezelfde afbeeldingen en het kleurenpallet die de opdrachtgever in zijn/haar media-uitingen gebruikt. En probeer ook qua woordkeus en ‘tone-of-voice’ zoveel mogelijk aan te sluiten bij de spreek-/schrijfstijl van jouw opdrachtgever. Op deze manier zorg je ervoor dat het een mooi samenhangend geheel is, herkenbaar voor de cursist en dat het bijdraagt aan de branding en het professionele imago van jouw opdrachtgever.

Zo maak je voor jouw opdrachtgever een mooie én effectieve online leeromgeving!

Vanessa Valkhof (LeerPlaza.nl)

Tags:

Weblish.nl
Social Beoordelingen
4.9
Gebaseerd op 39 beoordelingen
Google Beoordelingen
4.9
Gebaseerd op 39 beoordelingen

oktober, 2020

No Events

Download nu 35 snelle verbetertips voor je site....

Snel toe te passen tips om je site snel in de actiestand te krijgen. Daarnaast krijg je als bonus de Weblish e-zine met mijn favoriete WordPress en online marketing tips! Je ontvangt een e-mail om je aanmelding voor de e-zine te bevestigen.

Weblish verpleegster

Laat een reactie achter